Tijdens het FMIR 2026 stond niet alleen innovatie in medische beeldvorming en radiotherapie centraal, maar ook de toekomst van het vakgebied zelf. Een druk bezochte sessie was het panelgesprek:
"Van master naar functie: advanced practice, FWG en positionering van de AP-MBB’er"
In een open gesprek gingen leidinggevenden uit de beroepspraktijk, alumni van de Master Medical Imaging and Radiation Oncology en een zaal vol geïntereseerden met elkaar in discussie over de ontwikkeling van de Advanced Practitioner (AP-MBB’er) in Nederland. Het gesprek maakte duidelijk dat de beroepsgroep zich in een belangrijke transitiefase bevindt: de opleiding bestaat inmiddels, de eerste professionals zijn afgestudeerd, maar de verdere positionering binnen organisaties en het zorglandschap vraagt nog om vervolgstappen.
De discussie werd gevoerd aan de hand van vier centrale vragen.
Waarom hebben jullie ervoor gekozen ruimte te maken voor advanced practitioners?
Panelleden waren het erover eens dat de zorg steeds complexer wordt. Nieuwe technologieën, toenemende zorgvraag, personeelstekorten en de behoefte aan innovatie vragen om professionals die verder kijken dan de uitvoering van diagnostiek of behandeling alleen.
De Advanced Practitioner wordt gezien als een professional die klinische expertise combineert met onderzoek, innovatie, kwaliteitsverbetering, onderwijs en leiderschap. Daarmee ontstaat een brugfunctie tussen praktijk, beleid, wetenschap en technologische ontwikkeling.
Volgens het panel gaat het daarbij niet om het vervangen van bestaande functies, maar juist om het versterken van teams. Advanced Practitioners dragen bij aan het verbeteren van zorgprocessen, implementeren innovaties, begeleiden collega's en ondersteunen de organisatie bij complexe vraagstukken.
Veel mensen behalen een master, maar krijgen daarna niet automatisch een andere positie. Hoe hebben jullie die stap van opleiding naar functie georganiseerd of gaan jullie dit organiseren?
Dit onderwerp zorgde voor veel herkenning in de zaal. Het behalen van een masterdiploma leidt niet automatisch tot functiedifferentiatie. Verschillende organisaties bevinden zich hierin op een ander punt.
Sommige instellingen hebben inmiddels Advanced Practitioner-functies ontwikkeld of werken met taakdifferentiatie. Andere organisaties zijn nog bezig met het formuleren van een visie en het creëren van passende rollen.
Het panel benadrukte dat succesvolle implementatie begint bij een duidelijke organisatievraag. De meerwaarde van de AP-MBB’er moet gekoppeld zijn aan concrete uitdagingen binnen de organisatie, zoals innovatie, kwaliteit van zorg, capaciteitsvraagstukken, onderzoek of implementatie van nieuwe technologie.
Daarnaast werd benadrukt dat zowel leidinggevenden als professionals gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor deze ontwikkeling. Een masteropleiding vormt niet het eindpunt, maar juist het begin van een professionele rol waarin kennis, initiatief en leiderschap samenkomen.
Hoe kijken jullie naar functiewaardering en beloning van AP-MBB’ers?
Ook op dit vlak werd een duidelijke lijn zichtbaar. Panelleden waren van mening dat functiewaardering primair gebaseerd moet zijn op verantwoordelijkheden, complexiteit van werkzaamheden en toegevoegde waarde voor de organisatie, niet uitsluitend op het bezit van een diploma.
Tegelijkertijd werd erkend dat een professional die op masterniveau functioneert, innovatieve projecten leidt, onderzoek uitvoert, onderwijs verzorgt en invloed heeft op zorgontwikkeling, vaak werkzaamheden verricht die uitstijgen boven traditionele functieprofielen.
De verwachting is dat functiebeschrijvingen zich de komende jaren verder zullen ontwikkelen, waardoor ook passende FWG-waarderingen beter aansluiten bij de verantwoordelijkheden van Advanced Practitioners. Verschillende organisaties zijn hier inmiddels actief mee bezig.
Wat is volgens jullie de volgende stap die Nederland moet zetten rondom advanced practice binnen MB en RT?
Op deze vraag ontstond opvallend veel consensus.
Volgens het panel ligt de grootste uitdaging niet meer bij de opleiding zelf, maar bij de verdere landelijke positionering van de beroepsgroep. Daarbij werden verschillende speerpunten genoemd:
- landelijke herkenning van de AP-MBB’er als beroepsprofiel;
- verdere ontwikkeling van functiedifferentiatie binnen instellingen;
- meer ruimte voor onderzoek en innovatie vanuit de beroepsgroep;
- versterking van professionele autonomie;
- landelijke afstemming rondom competenties, rollen en verantwoordelijkheden;
- betere verbinding tussen onderwijs, beroepsverenigingen, werkgevers en beleidsmakers.
De panelleden benadrukten dat Nederland beschikt over hoogopgeleide professionals die op masterniveau kunnen bijdragen aan de uitdagingen van de gezondheidszorg. De volgende stap is om deze expertise niet alleen op te leiden, maar ook structureel te benutten.
Een beroepsgroep in ontwikkeling
Wat tijdens het panelgesprek vooral zichtbaar werd, was optimisme. De ontwikkelingen rondom advanced practice binnen medische beeldvorming en radiotherapie zijn volop in beweging. Steeds meer organisaties zien de meerwaarde van professionals die klinische expertise combineren met innovatie, onderzoek, onderwijs en leiderschap.
Voor de MIRO vormt dit een bevestiging van de koers die de opleiding al jaren volgt: het opleiden van professionals die niet alleen excelleren binnen hun eigen vakgebied, maar ook actief bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de zorg.
Het panelgesprek liet zien dat de vraag niet langer is óf advanced practice een plaats krijgt binnen medische beeldvorming en radiotherapie, maar vooral hoe snel en op welke manier deze ontwikkeling zich verder zal vormgeven.
De toekomst van de AP-MBB’er is daarmee niet langer een visie op papier, maar een ontwikkeling die in de dagelijkse praktijk steeds zichtbaarder wordt.